Sinds het voorjaar 2008 zit er een bever in de Kleine Netevallei. De meeste waarnemingen komen uit het deelgebied Viersels gebroekt op percelen van Natuurpunt langs de Kleine beek maar er is zelfs al een bever in hetbever_foto
centrum van Lier waargenomen.

Origine

Vroeger waren bevers algemeen in Vlaanderen. Omdat hun pels zo begeerd was, werden ze intensief bejaagd met uitsterven tot gevolg. Sinds enige jaren is bever terug van weggeweest. Bever heeft vaste populaties langs de Dijle ten zuiden van Leuven en langs de Grensmaas. Aangezien hier al meerdere jaren voortplanting optreedt en de jonge bevers gemakkelijk tientallen kilometers ver kunnen uitzwermen via onze waterlopen, worden er in Vlaams-Brabant, Limburg, Antwerpen en Oost-Vlaanderen regelmatig dieren waargenomen. Soms gaat het hierbij om eenmalige waarnemingen of dieren die dood teruggevonden worden, maar op verschillende locaties hebben zich ook al bevers vast gevestigd, wachtend op een partner. Vanuit bestaande populaties kan de Bever de Kleine Netevallei bereikt hebben via het Albertkanaal of het Netebekken. De bever van de Kleine Netevallei is hier vermoedelijk een voorbeeld van. 

In 2011 is Kristijn Swinnen een doctoraatstudent van de Universiteit Antwerpen gestart met een uitgebreid onderzoek over bever in Vlaanderen. Een van de zaken die onderzocht wordt, is de genetische origine. Aan de hand van deze informatie kan hopelijk aangetoond worden van waar de bever in de Kleine Netevallei komt.

Kenmerken

De bever, met een lichaamslengte van 70-100 cm en een gewicht van 15-35 kg (gemiddeld 18-20 kg), is het grootste knaagdier dat in Vlaanderen (en ook Europa) voorkomt. De staart is 25-37cm lang en 12-16,5cm breed (korter en breder bij de mannetjes dan bij de vrouwtjes). Bevers worden gemiddeld 7-8 jaar oud, tot 16 en zelfs 35 jaar. De dichte pels varieert van helder bruin, grijsbruin of donkerbruin tot geelachtig bruin of soms zwart. Bevers zwemmen beter dan ze lopen. Ze blijven meestal 2-3 min. onder water, tot maximum 20 min. Ze maken zacht kreunende of blazende geluiden en slaan met de staart op het water als alarm. Ze hebben kleine ogen en oren en oranje, eeuwig groeiende tanden. Ze zien slecht, maar hun reukzin is daarentegen goed ontwikkeld. Neus, ogen en oren liggen hoog op de kop, zodat ze bij gevaar onder water kunnen schuilen, met enkel het bovenste deel van de kop boven water.

Biotoop

Bevers zijn semi-aquatische knaagdieren, die leven langs rivieren, meren, vijvers, moerassen, sloten, oude rivierarmen en grindgaten, waar toegang tot water en vegetatie het ganse jaar door gegarandeerd is. De Kleine Netevallei is dus een ideaal leefgebied voor bever. Bevers zijn eigenlijk bosbewoners, maar kunnen goed overleven in landbouw- en zelfs stedelijke gebieden. Bevers vereisen een minimale waterdiepte van ongeveer 0,5-0,8 m. Als het water te ondiep is of te snel stroomt, bouwen ze dammen die bestaan uit bomen, takken en modder, en soms worden ook stenen en plantenstengels gebruikt. Deze dammen worden gebouwd in stromende beken die niet te breed zijn (tot 5 m) om voldoende diep stilstaand water te krijgen, zodat ze een hol of burcht kunnen bouwen met veilige ingangen onder water en het water niet bevriest tot op de bodem.

Voedselkeuze

bever_sporenBevers zijn strikte planteneters, die beschikken over speciale bacteriën in de blindedarm om houtige gewassen te kunnen verteren. Ze hebben een voorkeur voor zachte houtsoorten, zoals wilg, populier en berk. Ze gebruiken bast, twijgjes en bladeren als voedsel, en grotere takken om burchten en dammen te bouwen. Bevers kunnen per dag ongeveer 2 kg wilg (bladeren inclusief) opeten en ongeveer 600-700g schors. Ze kunnen zowel ganse bomen omknagen als bomen ringen door de bast rondom op te eten. Ze verkiezen dunne boompjes (< 8 cm diameter), maar kunnen zelfs bomen met een omtrek van 1,5m omknagen. Om vorstperiodes door te komen, leggen ze een wintervoorraad aan van takken onder water, waar ze nog gemakkelijk bij geraken als het wateroppervlak bevroren is. Daarnaast eten ze ook wortelstokken van water- en moerasplanten en allerlei struiken. In de zomerperiode eten ze ook allerlei water-, moeras- en landplanten (grassen, kruiden, varens, ...). Naast vraat ontstaan er door betreding ook wissels (minstens 30cm) en glijplekken langs steile oevers. In het Viersels gebroekt kom je langs de Kleine beek wissels en glijplekken tegen.

Verblijfplaats

Bevers hebben bij steile oevers een voorkeur voor holen, die ze graven met de voorpoten en de tanden. In het Viersels gebroekt heeft de bever holen gemaakt in de oever van de Kleine beek. Een hol bestaat uit een nest van 1,2 m breed en 40-50 cm hoog, met een korte gang van ongeveer 35 cm diameter naar buiten toe. Soms is er ook een zwemgang naar de ingang van het hol.

In het Viersels gebroekt is de bever begonnen met de bouw van een burcht. Een burcht bestaat uit takken, twijgen, modder en plantendelen, en kan tot 2-3 m hoog zijn en een omtrek hebben van 12 m. Ingangen van zowel holen als burchten liggen onder water en worden enkel bij laag water zichtbaar. Dit is, samen met de eventuele ligging in het water, een beveiliging tegen predators. Bevers houden geen winterslaap, maar kunnen bij vorst wel wekenlang in het nest blijven, dat zeer goed geïsoleerd is. In Vlaanderen verblijven de bevers tot nu toe hoofdzakelijk in holen, omdat de dijken voldoende steil zijn.

Sociale organisatie

Bevers zijn vooral tijdens de schemering en ’s nachts actief. In rustige gebieden kunnen ze ook overdag actief zijn. De grootte van de territoria varieert van 0,5 tot 12,8 km oever. De territoria worden agressief verdedigd, waardoor nieuwe dieren moeten wachten tot er een territorium vacant komt of disperseren. De grenzen van het territorium worden meestal gemarkeerd door geurposten en lage hoopjes van modder, bladeren en twijgen, die langs de oevers en de dammen gemaakt worden. Op deze modderhoopjes wordt het castoreum of ‘bevergeil’ (geproduceerd in de castor- en anale klieren) uitgescheiden, wat roodachtige vlekken geeft.

Nut en schade

Bevers worden beschouwd als dieren die door hun levenswijze voor een sterke structuurvariatie in hun leefgebied zorgen, met een hogere biodiversiteit voor gevolg. Door het bouwen van dammen zorgen zij ervoor dat er een moerassig biotoop ontstaat,waar allerlei dieren (vissen, amfibieën, ongewervelden) en planten kansen krijgen om zich te vestigen. In het Viersels gebroekt zorgt de bever ervoor dat de rietvelden en bloemrijke ruigten niet verbossen en dat er open plekken ontstaan in het broekbos.

Een familie bevers kan jaarlijks een grote hoeveelheid hout oogsten als voedsel (bv. in Polen ca. 900 kg bomen per familie per jaar). Door hun levenswijze kunnen bevers dus wateroverlast en vraat- en graafschade veroorzaken. Er zijn echter allerlei preventieve maatregelen mogelijk om schade te vermijden en de bever weer een plaats te geven in ons dichtbevolkte landje zonder dat de bevolking er al te veel problemen van ondervindt.

Afbreken van een dam zonder de bever te verwijderen, heeft niet veel zin, omdat de bever de dam weer gaat opbouwen en hierbij dus nog eens extra knaagschade veroorzaakt. Wat wel mogelijk is om het waterniveau weer te verlagen, is het plaatsen van een drainagebuis in de dam, zodat het water nog wel door kan, maar er een minimale waterdiepte van 0,5 m blijft. De bever is een beschermde diersoort en waarom mag een dam trouwens niet zomaar afgebroken worden.

In het Viersels gebroekt wordt de activiteit van de bever wekelijks opgevolgd. Daarbij is er regelmatig overleg met de waterbeheerders de provincie Antwerpen en de Vlaamse Milieumaatschappij. Verder gaat de doctoraatstudent van de Universiteit Antwerpen de situatie mee opvolgen om meer te weten te komen over het gedrag van de bever. Omdat de gemiddelde minimale waterdiepte van de Kleine beek hoger is dan 0,5 meter wordt er verwacht dat er geen dam gebouwd wordt.

Beverspotten

De beste plaats om de bever te zien is vanaf de pick-nickbank langs het Netekanaal te Viersel ter hoogte van de brug van de Nijlensesteenweg. Vanaf deze plaats kun je in de schemering de Kleine beek afspeuren. Let zeker op de knaagsporen en omgevallen boom die je met een verrekijker kunt zien Via waarnemingen.be blijf je ook op de hoogte van de laatste waarnemingen. Vergeet ook niet je eigen waarnemingen op deze website te zetten.

Op zondag 10 april organiseert Natuurpunt een beverwandeling om geïnteresseerden kennis te laten maken met het prachtige werk van de bever. Afspraak : 14.00 uur aan de kerk van Viersel. Vergeet zeker je laarzen niet want de bever heeft graag natte voeten.

Meer info

Frederik Naedts, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.