Het fort, gebouwd in 1909, werd in 1914 deels vernield door voltreffers uit “Dikke Bertha” kanonnen die projectielen van 800 kg vanop Beerzelberg (8.4 km ver) afvuurde. Het fort viel in Duitse handen.

Ook  in Wereldoorlog 2 werd het fort bezet door Duitsers. Nu staat het al decenia leeg en is het een ideale plaats voor honderden overwinterende vleermuizen, waaronder zeldzame soorten. De gemeente Nijlen, Gidsenwerking Fort Kessel, Agentschap voor Natuur en Bos én Natuurpunt zorgen samen voor een blijvende bescherming van het fort.

 

Vleermuizen zijn zoogdieren. Net zoals vogels kunnen zij op eigen kracht vliegen. Na zonsondergang gaan zij op jacht naar insecten en ongewervelden in het bos, park, weiland, tuin en boven het water. Zij kunnen wel 600 beestjes per uur binnenspelen. Keihard roepend vangen zij hun echo’s terug op en zo weten de vleermuizen waar alles rondom staat of vliegt. Wij horen hun getier echter niet, tenzij we een bat-detector gebruiken die deze “ultrasone” geluiden omzet in voor ons hoorbare  frequenties. Met dit toestelletje kunnen we zelfs ontdekken welke vleermuizen er rondom ons rondvliegen.

Veelal gebruiken vleermuizen vaste vliegroutes langsheen bosranden, heggen, bomenrijen, rietkragen, beken, grachten en  kanalen, zodat zij zich ten volle kunnen overleveren aan hun nachtelijke vliegende eetfestijnen.

 

Zodra het in de lente warmer wordt ontwaken ze uit hun winterslaap. Zij gaan op zoek naar een plekje voor hun zomerverblijf waar ze hun kroost willen grootbrengen, zoals zolders, boomholtes, zelfs achter losse boomschors.

 

In de herfst jagen zoveel zij kunnen om een stevige vetreserve voor de winter op te bouwen. Na de eerste koude nachten trekken zij terug naar nun overwinteringsplaats, liefst in hun vertrouwde buurt.

 

’s Winters vliegen er weinig insecten rond, dus moeten de vleermuizen trachten te overleven, zonder enig voedsel op te nemen. Zij gaan in winterslaap. Hun lichaamstemperatuur zakt dan tot ongeveer 7° C. Ademen doen zij nauwelijks en hun hartslag daalt van enkele honderden slagen naar nauwelijks enkele slagen per minuut.

 

Om te overwinteren zoeken de vleermuizen plaatsen waar het rustig is, zonder tocht, vochtig (anders drogen zij uit), met een zo constant mogelijk vrij lage temperatuur. Grotten, oude forten en mergelgroeven, spleten, muren en boomholten zijn ideale plaatsen om te overwinteren. Het fort van Kessel is uitermate geschikt, omdat het beantwoord aan al deze voorwaarden.

 

Welke vleermuizen overwinteren in het fort van Kessel? De Dwergvleermuis, een algemene soort die onze tuinen helpt muggenvrij te houden, is er zeker bij. Ook onze grootste inheemse vleermuis, de Rosse vleermuis vindt steeds een plekje in het fort. De Watervleermuis die bij warm weer rond het fort, jaagt zoekt in het fort zijn overwinteringsstekje. Het overgrote deel van de Franjestaart overwintert in de forten rondom Antwerpen. Ook in Kessel. Verder vinden we nog de Baards- en brants’ vleermuis, de zeldzame Ingekorven vleermuis en de nog zeldzamere Meervleermuis.

fort kessel rosse vleermuis_8460 web

Elk jaar, de laatste zaterdag van augustus van 13 tot 17 u worden gratis geleide rondwandelingen in het fort gegeven.

 

Enkele nuttige links:

http://www.nijlen.be/Bezienswaardigheden.html

http://www.natuurenbos.be/nl-BE/Projecten/BatAction/Projectgebieden/Lier-Nijlen.aspx

http://www.natuurpunt.be/nl/vereniging/actua/vleermuizen-veiliger-in-fort-van-kessel_193.aspx

 

 

 

 

 

 

 

 foto Leo Vaes