Plantenverslag 2014

We begonnen het jaar met een knoppentocht.

Tijdens een wandeling door Lier herkenden we verschillende bomen aan hun knoppen.
We bekeken onder andere Linde, Meidoorn, Iep, Lijsterbes, Vlier.

Het mooiste plekje van Zandhoven deed dit voorjaar zijn naam alle eer aan.
Op de toegangsweg naast het Binnenbos bloeiden talrijke Slanke sleutelbloemen, Muskuskruid, Gele dovenetel en
opvallend veel Gulden boterbloem. We ontdekten er zelfs aardbeiganzerik: een dubbelganger van de bosaardbei.
Bij de Aardbeiganzerik is de bladrand fijn wit behaard, komen de bloemblaadjes niet over mekaar
en de tand aan de top van elk deelblaadje is iets korter dan de twee naastliggende tanden.
Op de Willeboordwei telden we maar liefst 38 Brede orchissen.
Zij staan er in het gezelschap van Moerasrolklaver, Moesdistel, Adderwortel, Moeras-vergeet-mij-nietje, Knolsteenbreek.
Aan de rand van de wei staat het Paarbladig goudveil er nog steeds.
De Brede orchis is een vroege bloeier: gewoonlijk in de tweede helft van mei, maar dit jaar was dat vroeger.
De bladeren zijn gevlekt of niet gevlekt en staan schuin van de stengel af.

aardbeiganzerik brede orchis
Aardbeiganzerik Brede orchis

Vorig jaar werden in de Treydbeemd langs de Kleine Nete populieren gekapt in het kader van de LIFE herstelwerken
van de Kleine Netevallei. We wisten dat er Zomerklokjes stonden, maar dat ze zo massaal aanwezig waren, verraste ons.
Hier werd een ingrijpende natuur-omvorming met succesvolle her-kolonisering van de oorspronkelijke zeldzame flora
gerealiseerd dank zij het oordeelkundige werk van onze LIFE ploeg.
Om het toekomstig beheer te evalueren hebben we de voornaamste populaties geteld.
De bloeiende Zomerklokjes en de kiemplantjes komen door een pak humus door en bloeien voor er andere concurrentie is.
Eveneens was er een grote populatie Moeraswederik: ongeveer 200 bloeiende planten!
Deze plant groeit trouwens vooral in groepen omdat hij wortelstokken heeft met ondergrondse uitlopers.
Moeraswederik is een zeldzame plant in de Kempen. De bloemen staan in de bladoksels van de middelste bladeren en
vallen dus niet erg op. We noteerden veel Stijf barbarakruid en Bittere veldkers.

Op 11 mei waren we te gast in Mol. We bezochten het prachtige natuurgebied Verkallen onder leiding van Jef Sas.
Hij is er al jarenlang conservator en kent het gebied als zijn broekzak. Hij trok met ons langs de mooiste plekjes.
We konden genieten van uitzonderlijke waarnemingen: Grote wolfsklauw, Koningsvarens, Paarse schubwortel, Addertong,
Kleine en Ronde zonnedauw, Moeraswolfsklauw, Pilvaren

We hadden niet alleen aandacht voor de planten: ondanks de bewolking hadden we toch prachtige waarnemingen
van de Variabele waterjuffer en de Beekrombout.

In de namiddag stapten we onder leiding van André Van Hoof door het Buitengoor en Meergoor.
Hij vertelde enthousiast over het gebied en de verschillende beheermaatregelen om de unieke flora in stand te houden.
Hier staan pareltjes die wij mochten bewonderen. De weergoden waren ons ook goed gezind, want wij hebben,
in tegenstelling tot vele plaatsen in het land, amper regen gehad.

We noteerden onder vele andere 4 soorten wollegras namelijk Veenpluis, Eénarig wollegras, Breed wollegras en
Slank wollegras. Unieke zeggesoorten konden we bewonderen, waaronder Vlozegge en Tweehuizige zegge.
Nog enkele zeldzame botanisch pareltjes die André ons voorschotelde: Vlottende bies, Moeraswederik,
Geelgroene zegge, Waterlepeltje, Klein warkruid, Vetblad, Kleinste egelskop.
Een gigantische Gerande oeverspin liet zich gewillig fotograferen.

In juni wandelden we onder leiding van Staf Aerts door de Langdonken.
Hij is de bezieler van dit gebied en liet ons enkele prachtige pareltjes zien waaronder het Heidekartelblad, Spaanse ruiter,
Teer guichelheil, Moeraswolfslklauw.

heidekartelblad
Heidekartelblad

In eigen streek inventariseerden we onder andere de Bogerse Plassen, de Jutse Plassen en Plaslaar in Lier.
Deze gebieden zijn eigendom van de Provincie Antwerpen maar worden mee beheerd door Natuurpunt afdeling De Wielewaal.
Op de Jutse Plassen is het Schijngenadekruid massaal aanwezig.
Dit plantje is voor de eerst maal in Limburg opgedoken langs vijvers.
Het is afkomstig uit Amerika en het is waarschijnlijk ingevoerd via pootvis uit Frankrijk.
Het staat geboekt als een invasieve plant.
We zullen dus moeten nakijken hoe deze plant zich de volgende jaren gedraagt en of er maatregelen
moeten genomen worden. Bovendien duikt er nog een andere exoot op: het Bleek cypergras.
Hiervan stonden er enkele jaren geleden enkele exemplaren, maar de populatie is enorm toegenomen.

Met de plantenwerkgroep verkenden we op 12 juli het perceel van Het Veer te Viersel.
Waar vorig jaar nog coniferen, barakken en visvijvers waren, ontdekten we nu al een diversiteit aan planten.

Knikkend tandzaad heeft hier al een stek veroverd. Het kan voorkomen in pioniervegetaties, langs greppels
en slootkanten: ideale omstandigheden dus waar de Molenbeek nu alle ruimte heeft. Blaartrekkende boterbloem,
Waterpeper en Kleine duizendknoop staan er ook en volgens de Ecologische Flora vergezellen ze deze plant dikwijls.
Tevens samen met de vele Zomprussen, Moeraswalstro, Moerasvergeet-mij-nietje.

In de greppels staat er opvallend veel Watertorkruid.
We vonden deze plant trouwens op nog andere plaatsen in onze Netevallei.
Watertorkruid heeft wisselende waterstanden nodig: hij kiemt op drooggevallen stukken, maar groeit in het water.
Begeleiders van Watertorkruid die tevens in dit perceel te Viersel staan zijn onder meer Gele waterkers,
Grote Waterweegbree, Grote egelskop, Rode waterereprijs. Een andere bijzonderheid is de Moerasbasterdwederik.
Zoals de naam al laat vermoeden, komt deze plant op natte plaatsen voor. Dikwijls staat hij op de overgang van ruige
hoog opschietende oeverbegroeiing naar lage moerasvegetatie: het plaatje klopte volledig.

rode waterereprijs
Rode waterereprijs

De Kluwenzuring, Moeraszuring, Egelboterbloem zijn ook nog vermeldenswaard.
We nemen volgend jaar zeker nog eens een kijkje in dit prachtige perceel dat nog heel wat potenties heeft.

Hans Vermeulen van Natuurpunt Educatie gaf het voorbije jaar bij ons 2 cursussen.
Tijdens de cursus grassen, zeggen en russen bezochten we begin juli de zogenaamde ‘Zandbijenheide’ nabij de Steenbeemden te Kessel.
Naast de grassen en russen hadden we ook aandacht voor de andere planten die hier voorkomen.
Op het perceel zijn bomen gekapt om de typische heidesoorten opnieuw een kans te geven en zo meer biodiversiteit te creëren.

Het Buntgras is typisch voor droge heide en zandvlakten.
De blaadjes zijn samengerold om in droge omstandigheden te kunnen overleven.
Een vondst op de heidevlakte was het Dwergviltkruid.
Het staat liefst op open plekken op zandgrond waar geen verstuiving meer is.
Het staat op deze heide samen met Klein vogelpootje, Zandstruisgras, Zandblauwtje.
Een andere interessante plant op dit stukje is het Klein Tasjeskruid. Dit plantje heeft wat weg van Herderstasje,
maar is kleiner. Het is tevens een typische plant van open zure zandgronden.

dwegviltkruid
Dwergviltkruid

Aan de Steenbeemden groeide er nabij de herstelde vijver trouwens Watertorkruid, Borstelbies, heel veel Greppelrus,
Liggend Hertshooi. Ook hier zijn we benieuwd wat het resultaat zal zijn van de pas uitgevoerde werken.

We trokken met de plantenwerkgroep ook wat verder weg: In juni verkenden we verschillende gebiedjes in Han sur Lesse.
We gaan zoals elk jaar eens een dag naar de kalkstreek. Dit keer eens niet naar de Viroin, maar dus naar Han.
Een greep uit de waarnemingen: Ruige anjer, Karthuizeranjer, Bloedooievaarsbek, Borstelkrans.
Verrassend waren de talrijke ‘akkeronkruiden’. We konden ons eens goed laten gaan en ontdekten Blauw walstro,
Akkerandoorn, Akkerleeuwenbek.

akkerleeuwenbek
Akkerleeuwenbek

We hebben met onze plantenwerkgroep al vooruitzichten voor volgend jaar.
Iedereen is welkom op de uitstappen van onze plantenwerkgroep.
Vanaf het najaar 2014 kreeg de plantenwerkgroep van onze afdeling een naam: Plantenwerkgroep Leucojum.
Een dubbele verwijzing: Leucojum is de wetenschappelijke naam van het Zomerklokje dat in onze Kleine Netevallei
nog veel voorkomt. Het breidt zich trouwens nog uit.
Het is tevens een verwijzing naar het lievelingsplantje van Evie Verboven: de vroegere bezielster van de plantenwerkgroep
die we sinds april 2011 moeten missen. Samen met Leo Van Herbruggen bracht zij heel wat groeiplaatsen van het Zomerklokje in kaart.

Een eerste activiteit onder de nieuwe naam van de plantenwerkgroep was de paddenstoelenwandeling op de
Kesselse Heide in samenwerking met de Provincie Antwerpen.
Op 5 oktober namen ongeveer 75 geïnteresseerden deel aan deze paddenstoelenverkenning.

Het plantenjaar werd afgesloten op 18 oktober in het Soldatenbos.
Dit bos is eigendom van het Agentschap voor Natuur en Bos en is sinds vorig jaar toegankelijk voor het publiek.
Een greep uit de waarnemingen: Grote muur, Gewone salamonszegel, Sporkehout, Mannetjesvaren, Dubbelloof.

Kristine Wuyts

Ben je geïnteresseerd? Kom je eens graag langs? Heb je graag informatie?

Mail of bel

Kristine Wuyts – Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

03 481 94 79

geel vingerhoedskruid
Geel vingerhoedskruid

 


 

Zomerklokje

Zomerklokje (Leucojum aestivum) is een plantensoort die zich thuisvoelt in de natte getijden- overstromingsruigten van de Kleine Netevallei. De soort lijkt op het Sneeuwklokje (Galanthus nivalis) en komt wild voor in de Kleine Netevallei. In het begin van mei kun je het Zomerklokje prachtig bewonderen want dan staan de planten massaal in bloei. Het zomerklokje overwintert met een bol die lijkt op een miniajuin.

 

zomerklokje

                                Foto Leo Vaes

Moeraskartelblad

Moeraskartelblad (Pedicularis palustris) wordt ook wel eens de orchidee van de riviervallei genoemd. Het is een zeer bedreigde soort en heeft nog maar drie autochtone populaties in Vlaanderen. De soort is zeer sterk achteruitgegaan omdat de zaden maar één jaar kiemkrachtig zijn en één jaar te vroeg maaien kan fataal zijn. Dankzij een aangepast maaibeheer van nieuw verworven percelen door Natuurpunt, is de soort sinds 2004 exponentieel uitgebreid in het deelgebied het Viersels gebroekt.

In de Kleine Netevallei komt Moeraskartelblad voor in de venige dotterbloemgraslanden en overgangsvenen. Het is een half-parasiet die zijn suikers haalt bij grassen en zeggen. Met de wortels doorboort de plant de wortel van zijn gastheer en neemt op die manier de gewenste voedingsstoffen. Dat de half-parasitatie een invloed heeft op de gastheer is goed merkbaar want de vegetatie ter hoogte van de Moeraskartelbladplanten is merkbaar lager dan in de rest van het perceel.

Moeraskartelblad heeft drijvende zaden en kan via overstromingen zich verspreiden in het gebied indien de gepast omstandigheden aanwezig zijn. Deze vorm van verspreiding is reeds in het gebied vastgesteld. De soort maakt ook handig gebruik van de zaadverspreiding via hooibouwmachines.

moeraskartelblad_detailmoeraskartelblad

                  Foto - Peter Tibax                                                                                       Foto - Gerda Cabus