Wat is monitoring?

Het woord “monitoring” staat voor een herhaalde meting of verzameling van gegevens met een vaste methode zodanig dat conclusies kunnen getrokken worden uit de resultaten. Met andere woorden: je gaat niet in het wilde weg losse waarnemingen van soorten (dieren of planten) verzamelen, maar je doet dat op een gestandaardiseerde methode zodat je gegevens van verschillende jaren met elkaar kan vergelijken.

 

Waarom monitoren?

Omdat niet alleen de kwantiteit maar ook de kwaliteit van onze natuur ons nauw aan het hart ligt. Die kwaliteit uit zich in de soortenrijkdom van flora en fauna. Door jarenlange ervaring met beheer van natuurgebieden heeft Natuurpunt heel veel kennis opgebouwd. Maar er zijn altijd onvoorspelbare factoren die meespelen en die populaties van soorten kunnen beïnvloeden. Vandaar dat het nodig is om het beheer en de gevolgen daarvan op die populaties goed op te volgen, om tijdig in te grijpen en bij te sturen.

 

Kan iedereen hier aan meehelpen?

Het woord monitoring klinkt alsof we het best overlaten aan professionelen. Maar als je weet dat Natuurpunt ondertussen al 17.500 ha natuurgebied in beheer heeft, waarvan 130 ha in onze afdeling ligt, dan begrijp je dat dit onmogelijk kan opgevolgd worden zonder de hulp van vrijwilligers.

En zelfs met enkele specialisten geraken we er niet. Jouw hulp is dus meer dan welkom. Heb je interesse voor een bepaalde soortengroep dan kan je aansluiten bij onze werkgroepen. Loop je vaak rond in één van onze natuurgebieden en heb je oog voor alles wat daar groeit, bloeit of krioelt, voer dan je waarnemingen in op waarnemingen.be en dan kunnen ze voortaan gebruikt worden voor ons jaarlijks monitoringverslag.

 

Monitoring op drie niveaus

Natuurpunt werkte recent een nieuw kader rond monitoring uit. Hierbij werd de monitoring opgesplitst in 3 niveau’s, die hier kort worden toegelicht. Meer informatie is te vinden op www.natuurpunt.be/monitoring.

 

 

Niveau 1 = Basismonitoring of multisoortenmonitoring

Dit deel van de monitoring, waarbij een beperkte soortenlijst (fauna en fungi) per gebied wordt opgesteld, is een verplichting van Europa. Bij deze multisoortenmonitoring is het de bedoeling dat jaarlijks wordt genoteerd of een soort al dan niet aanwezig is in een gebied. Het tellen van exemplaren wordt niet gevraagd. Aan dit niveau van het monitoringverhaal kan eigenlijk iedereen meewerken. Er werd vooral gekozen voor gemakkelijk herkenbare soorten, om zoveel mogelijk mensen de kans te geven om mee te werken. Enkele habitat-richtlijnsoorten, zoals een resem vleermuizen, die verplicht moeten opgevolgd worden laten we over aan specialisten.

Deze soortenlijsten werden per habitattype (bijv. (matig) voedselrijke graslanden of eiken-berkenbos) opgemaakt voor heel Vlaanderen. Regionaal kunnen we een aantal lokale soorten toevoegen waarvoor het interessant zou zijn om ze op te volgen. De Poelruitspanner is hiervan een goed voorbeeld. Deze nachtvlinder werd de voorbije jaren enkel nog waargenomen in het Viersels Gebroekt! Het jaarlijks tellen van rupsen op Poelruit kan ons een idee geven over de populatie in het gebied. Van de lijst van verplicht te noteren soorten kunnen we regionaal al heel wat soorten schrappen, omdat we ze hier niet verwachten. Zo is de Boomkikker in heel de provincie Antwerpen uitgestorven.

 

Enkele voorbeelden van op te volgen soorten vind je in onderstaande tabel.

 

Nat grasland

Eiken-berkenbos

Moeras

Wilgenstruweel

Oranjetipje

Bont dikkopje

Blauwborst

Blauwborst

Moerassprinkhaan

Eikenpage

Rietgors

Matkop

Graspieper

Hazelworm

Sprinkhaanzanger

Nachtegaal

Kievit

Zwarte specht

Waterral

Zomertortel

Watersnip

Wespendief

Glassnijder

Wilgenlieveheersbeestje

Slobeend

Fluiter

Zilverhaak

Violetvlekkende

moerasmelkzwam (zie foto)

lactarius aspideus_wv Violetvlekkende moerasmelkzwam (Lactarius Aspideus)

 

De tabel geeft slechts voorbeelden van vier monitoring- of habitattypes en de gegeven soortenlijstjes zijn niet volledig. Het geeft je echter wel een idee over welke soorten het kan gaan. Je merkt meteen dat niet alle dieren in één monitoringtype onder te brengen zijn. Blauwborst kan zowel in wilgenstruwelen voorkomen, als in moeras- en verlandingsvegetaties. Daarnaast tracht Natuurpunt de blik van haar beheerders en natuurstudieliefhebbers wat open te trekken: dagvlinders en vogels zijn traditioneel goed bestudeerde groepen, maar voor sprinkhanen, dagactieve nachtvlinders of lieveheersbeestjes is dat al veel minder het geval. Vandaar dat uit deze soortgroepen een handvol goed herkenbare soorten ook geselecteerd is.

Voor het deelgebied de Steenbeemden telt de lijst 98 op te volgen soorten. Hiertoe behoren 34 soorten vogels, 18 zoogdieren (allemaal vleermuizen), 5 amfibieën, 5 dagvlinders en 6 libellen. Verder zijn er nog negen kevers (waaronder drie lievenheersbeestjes), vier nachtvlinders, 3 bijen (waaronder de Grijze zandbij), twee reptielen (Levendbarende hagedis), 4 sprinkhanen (o.a. Moerassprinkhaan), drie paddenstoelen (Heideknotszwam werd hier reeds gevonden - zie foto). Een aantal soorten zoals sommige zeldzame vleermuizen, Vroedmeesterpad of Tureluur (als broedvogel!) zijn niet echt te verwachten in de regio.

heideknotzwam Heideknotszwam (Clavaria argillacea)

Merk ook op dat de multisoortenlijsten geen planten bevatten; die worden via andere (voor planten meer geschikte) methoden opgevolgd.

 

Wat houdt het opvolgen precies in?

De multisoortenmonitoring vraagt slechts een beperkte inspanning. Het is de bedoeling dat jaarlijks wordt nagegaan of een soort al dan niet aanwezig is in het gebied. Het noteren van aantallen is daarbij niet verplicht. Er zijn vier opties die we kunnen aankruisen: aanwezig, zeker afwezig, gezocht maar niet gevonden, niet geweten/niet gezocht. Er wordt ook ruimte voorzien om tellingen of schattingen weer te geven. Het behelst dus niet veel meer dan antwoorden op een ja/nee-vraag!

 

Waarnemingen op kaart zetten

In het beheerteam van de Kleine Netevallei gaven we de verschillende beheereenheden (of deelgebieden) een goed herkenbare werknaam. Per deelgebied werd een lijst opgemaakt van de habitats en de bijhorende op te volgen soorten. Belangrijk is dat je naast het deelgebied ook het biotoop en liefst ook het perceel noteert. In de Kleine Netevallei hebben we momenteel 10 deelgebieden afgebakend. Deze deelgebieden zitten ook in waarnemingen.be. Waarnemingen doorgeven kan eenvoudig via de invoerportaal www.waarnemingen.be. Daar kan  je tot op perceelsniveau inzoomen op een luchtfoto en jouw waarnemingen zo      nauwkeurig mogelijk aanduiden

 

Heb je interesse om mee op zoek te gaan?

Wil je mee op zoek naar de lijst van doelsoorten voor een bepaald (deel)gebied?  Geef dan een seintje aan

Roosmarijn Steeman (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.),

Kristine Wuyts (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.,

Clark Peeters (cDit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.)

of Indra Jacobs (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.)

.

Niveau 2 = Standaardmonitoring

Voor een aantal soortgroepen werden extra modules uitgewerkt. Zo is het meestal interessanter om te weten hoeveel koppels Matkop er in een gebied voorkomen dan louter of hij er zit of niet. Dat aantal koppels kan je achterhalen door voor de broedvogels een territoriumkartering uit te voeren.

Anderen zijn misschien meer in vlinders geïnteresseerd en willen langs een vaste wandelroute de aantallen Oranjetipjes of Hooibeestjes op geregelde tijdstippen noteren. Op www.natuurpunt.be/monitoring zijn handleidingen te vinden voor broedvogelmonitoring, dagvlinder- en libellenroutes, poelenonderzoek, …. Best contacteer je de lokale werkgroep voor je hiermee aan de slag gaat.

Het opvolgen van de vegetatie gebeurt ook op dit niveau. Hieronder valt de natuurtypekartering, het opvolgen van Rode Lijst-soorten en een aantal doelsoorten. Omdat dit best gedaan wordt door mensen met een goede plantenkennis en ervaring met het beoordelen van vegetaties laten we dit over aan onze plaatselijke plantenwerkgroep. Wie interesse heeft om hierover meer uitleg te krijgen kan zich aansluiten bij de excursies (zie kalender).

 

Niveau 3 = Meetnetmonitoring

Het derde niveau is iets minder interessant om louter voor jouw gebied conclusies te trekken. Bij meetnetmonitoring maakt jouw meet- of telpunt deel uit van een Vlaams netwerk waarmee we trends op landelijk niveau willen achterhalen. Bij het nachtvlindermeetnet wordt er op zoveel mogelijk locaties naar nachtvlinders gekeken volgens een standaardmethode: (in tuinen) minstens volledige 20 nachten op een jaar, met een Skinnerval nachtvlinders lokken en ’s ochtends de aantallen en soorten noteren.

Bij Wim Veraghtert (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.) en op bovenvermelde website kan je terecht voor meer info over het Nachtvlindermeetnet.