Wulf A., 2016.  Atlas Contact, Amsterdam, 572 blz., ISBN 575 blz., ISBN 978 90 450 3117 0, € 39,99.

Laten we eerst even het hoofdpersonage schetsen, alvorens wat over het boek prijs te geven. Alexander von Humboldt was een universele geleerde. Als Pruisische baron was hij welgesteld en kon hij zich de luxe permitteren veel te reizen. Het unieke van zijn werkwijze was dat hij niet alleen een beschrijving gaf van fenomenen maar tevens ook een verklaring zocht. Hij toonde aan dat verschijnselen binnen een gebied niet toevallig daar aanwezig zijn maar dat ze met elkaar samenhangen, dikwijls in gecompliceerde ketens van oorzaak en gevolg. Von Humboldt dacht holistisch: gehelen zijn meer dan de som der delen. Dit sloot de mechanistische visie uit de 17de en 18de eeuw uit. Daarin werd de natuur gezien als een 'zielloos' uurwerk bestaande uit talloze onderdeeltjes. Bij von Humboldt was de natuur, waar ook de mens onderdeel van is, één groot levend organisme. Naast zijn baanbrekend onderzoek onderhield hij goede relaties met andere wetenschappers, dichters en natuurfilosofen. Vandaar dat Alexander von Humboldt gezien wordt als de ‘uitvinder’ van de natuur en wellicht één van de belangrijkste en meeest veelzijdige figuren uit de 18de – 19de eeuw is. Zijn studies strekken zich uit over de gebieden van de fysische geografie (hij was één van de grondleggers van deze wetenschap), de fysiologie, de plantkunde, de geologie, de meteorologie en de etnologie.

In dit lijvige boek schetst de auteur, zelf een wereldreiziger, de uitermate boeiende levensloop van Alexander von Humboldt. Alle vakdomeinen waar hij zich op toelegde, alle ontmoetingen met wetenschappers, schrijvers, dichters, politici komen uitvoerig aan bod in een aangenaam leesbare schrijfstijl. Het leest zelfs vlotter dan een roman en dat wil wat zeggen. Met dit boek treden we letterlijk in de voetsporen van de geleerde, we reizen met hem mee en lezen als het ware over zijn schouder in zijn dagboek.

Uiteraard gebeurt dit alles op het ritme en met de transportmiddelen van het einde van de 18de en het begin van de 19de eeuw. Wat trager dan we gewend zijn maar heerlijk intens, net als de lectuur van het boek.

Walter Belis

Lunde M., 2016.  De Bezige Bij, Amsterdam/Antwerpen, 380 blz., ISBN 978 90 2349 430 0, € 20.

Het klinkt raar dat net uitgeverij De Bezige Bij een boek over bijen uitgeeft. Gelukkig maar dat deze insecten regelmatig in de belangstelling komen want het gaat absoluut niet goed met het bijenvolk maar daarmee vertellen we niets nieuw.

Maja – ook de voornaam past in het geheel - is een Noorse scenariste en schrijfster van kinderboeken. In haar eerste roman voor volwassenen schetst ze een somber beeld van de bij, aan de hand van drie verhalen. Enerzijds is er William, een depressieve bioloog die in 1852 een nieuw soort bijenkorf wil ontwikkelen waarmee hij en zijn kinderen beroemd wil worden. Het tweede verhaalt speelt zich af in de Verenigde Staten. George is een imker die het in 2007 zwaar te verduren heeft omwille van de bijensterfte. Hij hoopt dat zijn zoon de boerderij zal kunnen redden. Het derde verhaal brengt ons naar de andere kant van de planeet. Het speelt zich af in China, ergens in de toekomst en het onheil is geschied: de bijen zijn verdwenen. Tao ziet zich verplicht handmatig bloemen te bestuiven. Ze wil haar zoon een opleiding en tevens een beter bestaan garanderen.

De auteur start in de 19de eeuw op een moment dat er nog geen vuiltje aan de lucht is, belandt vervolgens in de 21ste eeuw wanneer de desastreuze verschijnselen reeds duidelijk zichtbaar zijn en blikt vooruit naar een bijzonder sombere toekomst die eigenlijk geen toekomst meer is. Want eenmaal dat de bijen uitgestorven zijn, stort het gehele systeem van bestuiving en vermeerdering in elkaar en wordt landbouw een onmogelijke zaak.

De rode draad doorheen de roman is de inzet van ouders die de toekomst van hun kinderen willen vrijwaren. De boodschap is overduidelijk. Zorg er voor dat de geschiedenis van de bijen blijft voortduren. Maar dat is eerder een boodschap gericht aan politieke verantwoordelijken. Voor wie belangstelling heeft voor bijen en wat er bij komt kijken, verwijst de uitgever naar enkele praktische websites. 

Walter Belis

Gejl L., 2016.  KNNV Uitgeverij, Zeist, 378 blz., ISBN 978 90 5011 511 1, € 44,95.

Dit naslagwerk behoort ongetwijfeld tot de meest volledige, in het Nederlands verkrijgbare gidsen over dit onderwerp.
Lars Gejl, één van de beste natuurfotografen van onze planeet, beschrijft alle 82 Europese soorten steltlopers. Dit houdt concreet in dat 44 algemeen voorkomende broed- en trekvogels en 38 zeldzamere Noord-Amerikaanse en Aziatische dwaalgasten uitvoerig aan bod komen. Je kan van de auteur moeilijk anders verwachten dan dat hij hoofdzakelijk fotografisch materiaal heeft aangewend om het boek samen te stellen. Aan de hand van niet minder 600 detailfoto’s van verscheidene topfotografen wordt een exhaustieve soortbeschrijving samengesteld. Zowel visuele als auditieve determinatiekenmerken komen daarbij aan bod. Het boek bevat silhouetten, een beschrijving van trek, voorkomen en verspreiding, broedbiologie, ondersoorten, vogelgeluiden, veren en ruicyclus, met inbegrip van het ruischema. Dit laatste is zeker bij steltlopers belangrijk om weten. Om de determinatie te bevestigen of bij te sturen worden soorten met elkaar vergeleken. De steltlopers werden in rusttoestand gefotografeerd, in de vlucht en in verschillende kleden. Een snelle determinatie is mogelijk aan de hand van 189 silhouetten van staande en vliegende vogels.

Verder kunnen 44 QR-codes met een smartphone gescand worden. De codes verwijzen naar opnames van de roep en andere geluiden. Steltlopers van Europa is geen boek dat je in je rugzak meezeult, daarvoor is het te mooi en te kwetsbaar maar om na te genieten of om je uitstap voor te bereiden is het de ideale oplossing.

Walter Belis

Seeley T.D., 2016.  Princeton University Press, Woodstock, 164 blz., ISBN: 978 0 69117 026 8, £ 15.95 of ± € 21.

Wist u dat de jacht op wilde bijen een exalterende openluchtactiviteit is? Wij wisten het niet maar het boek heeft ons overtuigd. Deze activiteit wordt bovendien vaker beoefend dan we vermoeden.

Thomas Seeley, een autoriteit van wereldformaat als het over bijen gaat, beschrijft de geschiedenis van deze sport of hobby (de keuze is aan de lezer) die achter deze bezigheid schuilgaat. De jacht op wilde bijen kan een ware bron van plezier worden. Spannend en boeiend is het in elk geval. Seeley legt ons stap voor stap uit waar je de bloemen aantreft die honingbijen aantrekken, vervolgens hoe de bijen zich in een welbepaalde richting begeven, en zich ophouden in een schuilplaats, vaak een uitgeholde boom, een oud gebouw, een verlaten bijenkorf en tenslotte hoe je ze vangt. Het hele verhaal is een uitdaging op zich en de beloning is onbeschrijfelijk.

Walter Belis

Birkhead T., 2016.  De Bezige Bij, Amsterdam-Antwerpen, 320 blz., ISBN 978 90 234 9924 4, € 24,90.

In dit boek stelt Tim Birkhead, professor diergedrag en wetenschapsgeschiedenis aan de universiteit van Sheffield, zich de meest fundamentele vragen omtrent het vogelei. Waarom hebben eieren die specifieke vorm die bij alle soorten in grote lijnen dezelfde is? De vorm kan variëren van kort elliptisch tot lang tolvormig maar elk soort heeft haar specifieke type behouden door de evolutie heen. Waarom bevinden zich in sommige eieren twee dooiers? Wat bepaalt de kleur en het patroon van de eierschaal? Zien vogels het verschil met andere eieren? Hoe komt een ei uit het lichaam? Met de afgeronde of de puntige zijde?

Bij het bekijken van deze wonderlijke vragen is het niet zo verbazend dat de originele titel The most Perfect Thing: inside (and outside) a bird’s egg is. Deze bijzondere voortplanting hangt nauw samen met de wijze waarop de vogels zich voortbewegen. Vogels moeten kunnen vliegen om zich in leven te houden. Als vogels zwanger zouden zijn, zoals bij zoogdieren, zou dit tijdelijk een vermeerdering van hun gewicht betekenen. Door dit kortstondig verhoogde gewicht zou een vogel niet of veel minder goed kunnen opvliegen, en daarmee zouden ze kwetsbaar zijn voor predators. Eieren kunnen natuurlijk ook door predators worden geroofd of opgegeten. Maar dat heeft als voordeel dat de oudervogel (meestal) blijft leven en een nieuw legsel kan produceren.

Een systeem dat enge technische uitleg vergt. Toch weet Tim Birkhead dit eenvoudig en op een aangenaam leesbare manier te formuleren. Hij beantwoordt de hoger vermelde vragen en legt een verband met het ontstaan van de mens en het geboorteproces. Ver gezocht? Helemaal niet. Vogeleieren hebben sinds oudsher tot de verbeelding gesproken. Ook dit aspect komt aan bod in Het vogelei. De Egyptenaren waren reeds verwoede eiverzamelaars, niet alleen met de bedoeling ze te bestuderen. Dichter bij onze cultuur stellen we vast dat Pasen in de oudheid een feest was ter ere van de Germaanse godin Eostre, waar we het Engelse woord voor Pasen Easter in herkennen. Het was een heksenfeest waarbij heksen elkaar roodgekleurde eieren met een wens erop gaven. Het ei stond symbool voor een nieuw leven. Dit gaan we ook terugzien in het Christendom, waarbij het ei samen met de wijn symbool staat voor datzelfde nieuwe leven. Nu houden we het gelukkig bij een lekkernij in chocolade. Maar dit tempert onze verwondering voor het vogelei niet tenzij je nog met een ander ei zit.

Walter Belis