Head V., 2016.  Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen, 204 blz., ISBN 978 90 450 2942 9, € 21,99.

Het verhaal klinkt als een sprookje en dat is het ook. Laten we echter met de pure feiten van start gaan.

In 1990 verzamelen deelnemers van een onderzoeksteam van de universiteit van Cambridge, in de Nechisarvlakte in Ethiopië, zoogdieren, vlinders, libellen, reptielen… Langsheen de weg stuiten ze op een vleugel van een aangereden nachtzwaluw. Zonder al teveel enthousiasme wordt de vleugel in een zak gestopt in de hoop de soort te kunnen identificeren. Pas verscheidene jaren later wordt het overblijfsel terug bovengehaald en bestudeerd door wetenschappers van het British National History Museum. Aangezien de vleugel niet te linken valt aan een gekende soort, wordt beslist dat het om een nieuwe soort nachtzwaluw gaat, de Caprimulgus solala, wat zo veel als "zonder vleugel" betekent. In 2009 werden in datzelfde gebied 's avonds enkele vrij grote nachtzwaluwen waargenomen met opvallend grote witte vlekken op de vleugels. Mogelijk waren dit exemplaren van dezelfde soort.

Het sprookje werd dus uiteindelijk waarheid. De Nechisarnachtzwaluw heeft waarschijnlijk een zeer klein verspreidingsgebied en daardoor is er kans op uitsterven. Het nationale park Nechisar staat immers onder druk door overbegrazing met landbouwhuisdieren, houtkap en illegale visserij. Om deze redenen staat deze nachtzwaluw nu als kwetsbaar op de rode lijst van de IUCN. Wat heel even een mooi sprookje was, dreigt een nachtmerrie te worden.

Walter Belis