De Kleine Netevallei is een uniek natuurgebied met verschillende zeldzame soorten die gebonden zijn aan getijden, overstroming en grondwaterdruk. Een aantal soorten van Europees of Vlaams belang zijn doelsoorten.

Onderstaand wordt een overzicht gegeven van de doelsoorten van de Kleine Netevallei. Het is een limitatieve lijst van soorten die een biotoop vertegenwoordigen. Naast deze soorten komen er vele andere bedreigde en zeldzame soorten voor.

rivierdonderpad

Rivierdonderpad - Foto Rollin Verlinde

De bekendste plant is het Zomerklokje (Leucojum aestivum) die op een aantal percelen algemeen voorkomt en de laatste jaren zelfs nog uitbreid. Een andere getijdenspecialist is de Spindotterbloem (Caltha palustris) die in 2009 herontdekt is.

Een soort die gebonden is aan overstromingen én een hoge druk van kwelwater met een lange verblijftijd is Moeraskartelblad (Pedicularis palustris). Tot 2000 ging deze soort hard achteruit maar dankzij een aangepast beheer, heeft de soort zich explosief uitgebreid over meerdere percelen. In dezelfde graslanden komt de Moerassprinkhaan (Stethophyma grossum) voor. Deze opvallende verschijning doet het de laatste jaren redelijk goed dankzij het aangepast maaibeheer.

Kleine modderkruiper (Cobitis taenia), Rivierdonderpad (Cottus gobio) en Bittervoorn (Rhodeus amarus) zijn doelsoorten voor de waterlopen. Een afvissing in 2009 heeft aangetoond dat deze vissoorten in de Kleine beek nog talrijk aanwezig zijn.

 

Blauwborst (Luscinea svecica) is een soort die algemeen in het gebied voorkomt en zich goed thuisvoelt in een gevarieerd landschap met open en gesloten biotopen. In dezelfde biotopen komt Sprinkhaanzanger (Locustella naevia) voor in lagere dichtheden dan Blauwborst.

In rietland dat afgewisseld wordt met open water voelt de Rietzanger (Acrocephalus schoenobaenus) zich thuis. Begin jaren 2000 broedden er meerdere koppels (max. 7) in het deelgebied het Viersels gebroekt. Na een plotse terugval in 2004 tot 0 koppels zijn er sinds 2009 terug 3 waarschijnlijke broedgevallen geweest.

Nachtegaal (Luscinia megarhynchos) is een soort die de afgelopen tien jaar zeer sterk is achteruit gegaan. In de Kleine Netevallei is er een kleine achteruitgang merkbaar. In 2009 zijn er 14 zangposten waargenomen wat een zeer hoge dichtheid is in Vlaanderen.

In 1997 zijn de laatste broedgevallen van Watersnip (Gallinago gallinago) vastgesteld. Sindsdien zijn er onregelmatig nog baltsende exemplaren waargenomen maar zonder broedzekerheid. Mits herstel van het microreliëf (greppels, grachten) en open biotopen kan deze soort zich echter terug vestigen. Hetzelfde geldt voor Porseleinhoen (Porzana porzana) die in hetzelfde leefgebied als Watersnip voorkomt maar iets nattere omstandigheden prefereert.

Tijdens de overstromingen die zich voornamelijk in de winter voordoen bezoeken grote aantallen waadvogels zoals Pijlstaarten (Anas acuta), Smienten (Anas penelope), Wintertalingen (Anas crecca) en zelfs Wilde zwanen (Cygnus cygnus) het gebied. Voor de waadvogels zijn er geen doelsoorten aangeduid maar het herstel van de overstromingsdynamiek tijdens de winter is alleszins een doelstelling op zichzelf.

RIETZANGER

Rietzanger - Foto Luc Van de Vyver